Ga naar de inhoud

Veelgestelde vragen inspectie brand­beveiliging

Laatst gewijzigd op: 18-03-2025

Voorbeeld van een brandmeldinstallatie. Ter illustratie van CCV Keurmerken en brandveiligheid.

Hoe weet ik of ik een inspectiecertificaat moet hebben voor mijn brandmeldinstallatie of ontruimingsalarminstallatie?
In bijlage II van het Besluit bouwwerken leefomgeving staat of het verplicht is om een geldig inspectiecertificaat te hebben voor je brandmeldinstallatie en je ontruimingsalarminstallatie.
Als in de vergunning een automatische brandblusinstallatie of een rookbeheersingsinstallatie staan, moeten deze een geldig inspectiecertificaat hebben.
De gemeente of een gespecialiseerd adviesbureau kan hier meer over vertellen.
Wat is de definitie van inspectie?

Met een inspectie wordt op basis van een deskundige beoordeling onderzocht of een productontwerp, product (goederen en/of diensten), proces of fabriek, op een bepaald moment voldoet aan de algemene en specifieke eisen.

Moet de inspectie-instelling geaccrediteerd zijn voor het uitvoeren van het CCV-inspectieschema brandbeveiliging (op afgeleide doelstellingen)?

De licentieovereenkomst gaat er vanuit dat de inspectie-instelling voor het inspectieschema is geaccrediteerd, voor een of meer van de installatietypes brandmeldinstallatie, ontruimingsalarminstallatie, sprinklerinstallatie, schuimblusinstallatie, blusgasinstallatie en rookbeheersingsinstallatie.

Moet ik mijn brandbeveiliging laten inspecteren?
Wet- en regelgeving schrijft voor in welke gevallen voor gebouwen met brandmeldinstallaties, ontruimingsalarminstallaties, automatische sprinklerinstallaties en rookbeheersingsinstallaties inspectiecertificaten beschikbaar moeten zijn. Inspectie van deze installaties is verplicht bij bepaalde gebruiksfuncties volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving, opslag gevaarlijke stoffen (PGS 15) en locaties voor opslag van consumentenvuurwerk. Het kan ook een eis zijn in een vergunning bij een gelijkwaardige oplossing. Daarnaast kan het een eis zijn in een polis van een verzekeraar.
Inspecties moeten worden uitgevoerd voor ingebruikname en tijdens het gebruik van het gebouw. Inspectie van bestaande systemen is nodig, om tijdens de levensduur te beoordelen of de brandbeveiliging nog steeds functioneert.
Hoe vaak moet er geïnspecteerd worden?
In regelgeving en voorschriften (bijvoorbeeld PGS 15) staat hoe vaak moet worden geïnspecteerd, of hoe lang een inspectiecertificaat geldig is. In de vergunning en je verzekeringscontract kunnen ook bepalingen staan over de inspectiefrequentie.
Een inspectiecertificaat voor een brandmeldinstallatie en een ontruimingsalarminstallatie is 1 of 3 jaar geldig, zie artikel 6.32 en artikel 6.33 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Een inspectiecertificaat voor een automatische brandblusinstallatie en een rookbeheersingsinstallatie is 1 jaar geldig, zie artikel 6.36 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 6.32. (brandmeldinstallatie), lid 3

Een inspectiecertificaat heeft een geldigheidsduur van drie jaar. Als op grond van artikel 3.115 doormelding is verplicht, is de geldigheidsduur een jaar.

Artikel 6.33. (ontruimingsalarminstallatie), lid 3

Een inspectiecertificaat heeft een geldigheidsduur van drie jaar. Als op grond van artikel 3.115 doormelding is verplicht, is de geldigheidsduur een jaar.

Artikel 6.36. (automatische brandblusinstallatie en rookbeheersingssysteem), lid 3.

Een inspectiecertificaat heeft een geldigheidsduur van een jaar.
Wat is de werkwijze van de inspecteur?

Een installatie maakt onderdeel uit van de brandbeveiliging van het pand (of panden) waarvoor de opdrachtgever verantwoordelijk is. De inspecteur inspecteert of de brandbeveiliging doeltreffend is. Het doel van de brandbeveiliging is dus belangrijk. Zo is het doel van een brandmeldinstallatie om een beginnende brand snel te ontdekken, te lokaliseren en te signaleren. Het doel van een blusinstallatie is het vroegtijdig detecteren, signaleren en beheersen en zo mogelijk blussen van een brand.

De inspecteur maakt als het ware een foto van de situatie die hij aantreft, en beoordeelt of de installatie zal doen waar deze voor is bedoeld. De inspecteur beoordeelt tevens of de bouwkundige en organisatorische aan de installatie gerelateerde maatregelen aan de gestelde eisen voldoen. Dat doet hij door een aantal punten na te lopen die van belang zijn voor de doeltreffendheid van de brandbeveiliging. Hij kijkt daarbij of aan die punten is voldaan. Is het punt in orde, dan is het OK. Is het punt onduidelijk of niet in orde, dan is er sprake van afkeur. Mogelijk kan gedurende de inspectie door reparatie de afkeur ongedaan worden gemaakt.

Alle inspectiepunten zijn relevant voor de doeltreffendheid van de brandbeveiliging. Wat is immers de zin van het opnemen van een punt dat niet relevant is?

Wat is het verschil tussen een interpretatiebesluit, een harmonisatieafspraak en een certificatieafspraak?

Een interpretatiebesluit geeft een interpretatie bij een normbepaling, voorschrift of regel, bijvoorbeeld als deze niet duidelijk is of als het nodig is voor praktische toepassing van de norm. Als het interpretatiebesluit later in de norm, het voorschrift of de regel wordt verwerkt, kan het daarna vervallen. Een interpretatiebesluit is van toepassing bij certificatie en inspectie.

Een harmonisatieafspraak is een afspraak voor inspectie-instellingen voor een eenduidige beoordeling van een vaker voorkomende situatie die op verschillende manieren kan worden beoordeeld.

Een certificatieafspraak is een afspraak voor certificatie-instellingen over eenvormige uitvoering van het certificatieschema. Als de certificatieafspraak later in het certificatieschema wordt verwerkt, kan hij daarna vervallen.

Welke punten loopt de inspecteur precies na?
De punten die de inspecteur naloopt zijn opgenomen in hoofdstuk 7 van het CCV-inspectieschema. Voor elk inspectiepunt is een goedkeurcriterium.
De inspecteur inspecteert uitgebreid of beperkt.
Een beperkte inspectie is mogelijk als de leverancier of het onderhoudsbedrijf hun werk met CCV-keurmerk doen. Installaties en onderhoud zonder CCV-keurmerk inspecteert de inspecteur uitgebreid.
De achtergrond hiervan is dat een keurmerk (en het rapport van oplevering of rapport van onderhoud) betrouwbare informatie bevat over de installatie. Deze informatie kan de inspecteur gebruiken. Is er geen keurmerk voor de installatie of het onderhoud, dan ontbreekt betrouwbare informatie, en moet de inspecteur die zelf gaan verzamelen en toetsen.
Heeft de installatie of het onderhoud een CCV-keurmerk, dan weet je niet alleen zeker dat de installatie goed is aangelegd en onderhouden, maar het levert ook een beperkte inspectie op.
Wat kan ik zelf doen om de inspectie goed te laten verlopen?

Zorgen dat alle informatie die nodig is ook beschikbaar is: certificaten, uitgangspuntendocument of PvE, logboek, rapport van oplevering, rapport van onderhoud, onderhoudscontract met het onderhoudsbedrijf, eventueel vergunning van het bevoegd gezag, en een actueel detailontwerp (tekeningen en berekeningen).

Ik heb een NEE-conclusie op het inspectierapport, maar weet niet wat er schort. Wat moet ik doen?

Indien een inspecteur een NEE-conclusie (dit is afkeur) geeft, wil je natuurlijk weten wat er aan schort en wat je moet doen om een JA-conclusie (goedkeur) te krijgen. Je mag van de inspecteur verwachten dat hij uitleg geeft over zijn bevindingen, en waarom hij tot de NEE-conclusie is gekomen. De inspecteur geeft uitleg over de achtergrond van het probleem. Hij mag geen concrete oplossing geven om de installatie te laten voldoen, want daarmee komt zijn onafhankelijkheid in het geding.

Voorbeeld: als er in een ruimte te weinig brandmelders zijn gemonteerd, is de bevinding dat het ontwerp niet klopt. De inspecteur kan aangeven dat een branddetectiebedrijf ingeschakeld kan worden om het ontwerp in die ruimte te verbeteren. Het gaat echter te ver als hij vermeldt hoeveel melders van welk type op welke plaats in de ruimte moeten komen hangen.

Het gebouw voldoet aan alle eisen van de vergunning maar ik krijg geen inspectiecertificaat. Hoe kan dat?

Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor de vergunning. Er kan verschil bestaan tussen wat (juridisch) is vergund en wat (technisch) als doeltreffend moet worden aangemerkt door de inspecteur. Wat vergund is, is niet automatisch doeltreffend. Inspectie van brandbeveiligingssystemen die volgens het CCV-inspectieschema wordt uitgevoerd, gaat over die doeltreffendheid van de brandbeveiliging. Dit betekent dat er gecontroleerd wordt of de brandbeveiliging voldoet aan de bouwkundige, technische en organisatorische eisen, zodat men weet dat de brandbeveiliging werkt op het moment dat er brand ontstaat.

Als een situatie is vergund die volgens de inspectie niet doeltreffend is, is het aan bevoegd gezag en gebouwgebruiker om daar een oplossing voor te bedenken. Een inspectie-instelling speelt hierin geen rol. Het inspectiecertificaat dient als controlemiddel voor het bevoegd gezag , zodat zij kunnen zien of aan regelgeving is voldaan.

Als ik geen inspectiecertificaat heb, gaat dat dan ten koste van mijn vergunning?

Kort gezegd: het hangt van de situatie af.

De vraag is niet eenduidig te beantwoorden. Als gevolg van wet- of regelgeving kan het verplicht zijn dat je een inspectiecertificaat hebt voor jouw installatie. Het bevoegd gezag (de gemeente of de provincie) beoordeelt wat er gebeurt als je geen inspectiecertificaat kunt overleggen. Als je wel een inspectierapport hebt, kan het bevoegd gezag beoordelen of de afkeurpunten dermate zwaarwegend zijn om actie te ondernemen. Het is mogelijk dat een inspecteur een situatie die wel vergund is, niet als doeltreffend beoordeelt en je geen inspectiecertificaat krijgt. Als de situatie wel conform vergunning is, zal het bevoegd gezag dit waarschijnlijk accepteren.

Het bevoegd gezag heeft een eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheid om te beslissen in situaties waarin niet aan de toepasselijke wet- en regelgeving is voldaan. Daarbij wegen de omstandigheden van het geval en de beginselen van behoorlijk bestuur mee.

Ik heb een certificaat voor mijn installatie en/of het onderhoud daarvan. Waarom is er dan ook nog een inspectie nodig?

Het certificaat heeft alleen betrekking op de installatie of de dienst die de leverancier of het onderhoudsbedrijf leverde. Bij een inspectie kijkt de inspecteur breder, bijvoorbeeld ook naar zaken die buiten de verantwoordelijkheid van de leverancier vallen. Denk bijvoorbeeld aan: de stapelhoogtes in het magazijn waar de sprinklerinstallatie is aangebracht of stuurfuncties en doormelding bij een brandmeldinstallatie. Deze brandbeveiligingsvoorzieningen en randvoorwaarden zijn essentieel voor een doeltreffende brandbeveiliging.

Houdt de inspecteur bij inspectie wel rekening met het certificaat van de leverancier voor de installatie?

Ja, als het gaat om een betrouwbaar certificaat. Betrouwbaar betekent: van een leverancier die gecertificeerd is door een daarvoor geaccrediteerde certificatie-instelling. In het inspectieschema is vastgelegd om welk certificaat het gaat.

Kan de opdrachtgever zo’n certificaat overleggen dan hoeft de inspecteur een aantal zaken niet meer te beoordelen. Deze zijn immer al aantoonbaar gecontroleerd door de leverancier en de inspecteur mag daarop vertrouwen. Een extra beoordeling door de inspecteur voegt dan weinig toe.

Kan het voorkomen dat ik 2 certificaten tegelijk krijg?

Ja, dat kan. Het kan zijn dat je een certificaat hebt voor de levering of het onderhoud aan de installatie en dat je daarnaast een inspectiecertificaat hebt voor de samenhang van de installatie met andere beveiligingsmaatregelen (het brandbeveiligingssysteem).

Het certificaat voor de levering of het onderhoud aan de installatie is afkomstig van de leverancier van de installatie of het onderhoudsbedrijf. Het inspectiecertificaat is afkomstig van de inspectie-instelling.

Het Besluit bouwwerken leefomgeving schrijft een inspectiecertificaat voor. Heb ik dan ook per se een gekwalificeerd bedrijf nodig?
Nee, dat hoeft niet. Je hebt de keuze tussen gekwalificeerde aanbieders (die onder toezicht van een certificatie-instelling werken) en niet-gekwalificeerde aanbieders (van wie de kwaliteit onbekend is). De klant is koning en mag kiezen welk aanbod het beste bij hem past.
Een afweging om te kiezen voor een gekwalificeerde leverancier kan zijn dat een brandbeveiligingssysteem met keurmerk bij inspectie minder uitgebreid wordt geïnspecteerd dan een brandbeveiligingssysteem zonder keurmerk.
In het CCV-inspectieschema is er onderscheid tussen brandbeveiligingsinstallaties met en zonder keurmerk.
Voor een opdrachtgever is een keurmerk voor een brandbeveiligingsinstallatie dus in 2 opzichten voordelig: grotere zekerheid over de kwaliteit (in één keer goed, minder afkeurpunten bij inspectie) en een verkorte inspectie.
Wat gebeurt er als bij inspectie een probleem (afwijking) wordt gevonden?

Als een inspecteur tijdens de inspectie een afwijking vaststelt, geeft hij dat aan in het inspectierapport. Vanwege de afwijking kan er geen inspectiecertificaat worden afgegeven. Zodra de afwijking is gecorrigeerd, beoordeelt de inspecteur of de correctie voldoende is. Dit wordt in de praktijk een herinspectie genoemd, waarbij -als het niet strikt nodig is- niet meer wordt gekeken naar onderwerpen die in orde waren. Wordt aan alle eisen voldaan, dan volgt het inspectiecertificaat.

Welke informatie moet een inspectiecertificaat minimaal bevatten?

In het CCV-inspectieschema Brandbeveiliging wordt voorgeschreven welke informatie een inspectiecertificaat minimaal moet bevatten. Over het algemeen geldt dat op een inspectiecertificaat minimaal de volgende informatie moet staan:

  • Gegevens van de inspectie-instelling (naam, adres, vestigingsplaats, logo)
  • Verklaring van de inspectie-instelling, resultaat van de inspectie (bijvoorbeeld: doeltreffendheid van de brandbeveiliging), verklaring van conformiteit
  • Object van inspectie (inclusief adres en vestigingsplaats)
  • Identificatie of verwijzing naar hoe de inspectie is uitgevoerd (verwijzing naar inspectieschema)
  • Identificatie wie de inspectie heeft uitgevoerd
  • CCV conformiteitmerk
  • Datum van de inspectie
  • Handtekening, naam en functie van de persoon die namens de inspectie-instelling de verantwoordelijkheid draagt
Hoe kan ik herkennen of een inspectiecertificaat goed is?

Zoek naar het CCV-conformiteitmerk dat in hoofdstuk 5 van het CCV-inspectieschema Brandbeveiligingssysteem is beschreven, en controleer welke informatie het certificaat bevat. Raadpleeg bij twijfel over een inspectiecertificaat de inspectie-instelling. Blijft er twijfel, neem dan contact op met het CCV.

Kan ik met een inspectiecertificaat terecht bij de gemeente en een verzekeraar?
Ja. Het CCV-inspectiecertificaat is het inspectiecertificaat dat het Besluit bouwwerken leefomgeving voorschrijft.
Het CCV-inspectiecertificaat is ook geschikt voor PGS 15 (opslag van gevaarlijke stoffen) en het Vuurwerkbesluit. In bepaalde gevallen vragen verzekeringsmaatschappijen via de polisvoorwaarden om een CCV-inspectiecertificaat.
Inspectiecertificaten en inspectierapporten volgens het CCV-schema voldoen aan de informatiebehoefte van het bevoegd gezag en de verzekeraar.
Ik heb geen officieel uitgangspuntendocument. Kan er nu geen inspectie plaatsvinden?

Dat hangt er vanaf. Het beste is wèl een uitgangspuntendocument te hebben. Daarin staat immers alle benodigde informatie om de inspectie te kunnen uitvoeren. Mocht dit uitgangspuntendocument echter ontbreken, dan moet de opdrachtgever op andere wijze de informatie aan de inspecteur verstrekken.
Het gaat dan, voor zover relevant voor het betreffende object, om de volgende aspecten:

Onderdeel Documenten/gegevens
Basisgegevens
  • NAW-gegevens van de contactpersoon van de
    opdrachtgever
  • Omschrijving/aanduiding van het bouwwerk
  • AW-gegevens van het bouwwerk
Objectgegevens
  • Geografische gegevens/situatieschets
  • Specifieke gebouwkenmerken
  • Gedetailleerde informatie t.a.v. gebruik
  • Scheidingen en belendingen
  • Technische bijzonderheden
  • Gegevens van (proces)installatie
Uitgangspunten
  • Gebruiksfunctie(s)
  • Bouwaard en gebruik van het bouwwerk
  • Brandcompartimentering
  • Vluchtwegen
  • Demarcatie beveiligingsysteem
  • Soort beveiligingsysteem
  • Afgeleide doelstelling(en)
  • Van toepassing zijnde wet- en regelgeving
  • Specifieke bepalingen vanuit de vergunning en/of verzekering
  • Van toepassing zijnde normen en noodzakelijke
    keuzes binnen deze normen
  • Aanvullende inspectiepunten
  • Bijzondere omgevingsomstandigheden
  • Prestatie-eisen
  • Noodzakelijke koppelingen tussen het brandbeveiligingssysteem en automatische brandbeveiligingsinstallaties of overige installaties (bijvoorbeeld activering blusinstallatie of doormelding brandalarm)
  • Relatie met de interne en externe organisatie
  • Overige gekoppelde of niet gekoppelde
    brandbeveiligingssystemen
  • Organisatorische maatregelen

Zie ook paragraaf 7.1 CCV-Inspectieschema Brandbeveiliging Basisontwerp. 

NB: Ontbreekt deze informatie, dan kan de inspectie niet (verder) plaatsvinden! Het is de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever om te zorgen dat de informatie beschikbaar is. De inspecteur bepaalt of de informatie voldoende is om de inspectie uit te voeren of voort te zetten.

In de huidige praktijk staan de voor de inspectie noodzakelijke uitgangspunten in documenten met namen als Masterplan Brandveiligheid (MPB), Uitgangspuntendocument (UPD), Programma van Eisen (PvE), bestek, technische beschrijving, Nota van Aanvulling (NvA), Plan van Aanpak (PvA), et cetera.

Sommige van deze namen hebben een verbinding met andere officiële documenten, zoals het Programma van Eisen uit NEN-normen (voor bijvoorbeeld Brandmeldinstallaties en Ontruimingsalarminstallaties).

Het beste is om een uitgangspuntendocument brandveiligheid (UPD) met CCV-keurmerk te hebben, dan heb je zekerheid dat het is opgesteld door een deskundige. Het UPD bevat het basisontwerp voor de brandbeveiliging, geeft de norm aan waarop de installatie is (moet worden) aangelegd en specificeert de keuzen die in de norm kunnen worden gemaakt. Het UPD vormt de basis voor de inspectie.

Ik heb een UPD PGS 15. Is dat voldoende voor inspectie?

Ja. Als het Uitgangspuntendocument (UPD) voldoet aan de criteria die PGS 15 stelt en het is beoordeeld door een inspectie-instelling (zie art 4.8.2.1 PGS 15), is het UPD voldoende basis voor inspectie.

Ik heb een Programma van Eisen (PvE) voor mijn brandmeldinstallatie. Is dat voldoende voor inspectie?

Ja, een Programma van Eisen geeft samen met de aangewezen norm voldoende invulling aan de brandmeldinstallatie. Mogelijk heeft de inspecteur nog vragen over het functioneren van stuurfuncties en doormelding of over de bouwkundige en organisatorische randvoorwaarden.

Het is dan ook van belang in een zo vroeg mogelijk stadium hierover met de inspecteur in contact te treden.

Als het uitgangspuntendocument of het installatieontwerp is geïnspecteerd, krijg ik dan een certificaat?

Nee. De opdrachtgever die een inspectie van het uitgangspuntendocument of het installatieontwerp opdraagt, krijgt een inspectierapport basisontwerp of detailontwerp. In het inspectierapport staan de bevindingen van de inspectie en het oordeel van de inspecteur.

Alleen voor inspectie van een brandbeveiligingssysteem is een inspectiecertificaat mogelijk.

Waar is de geldigheidsduur van inspectiecertificaten geregeld?
In regelgeving en voorschriften (bijvoorbeeld PGS 15) staat hoe vaak moet worden geïnspecteerd, of hoe lang een inspectiecertificaat geldig is.
In de vergunning en je verzekeringscontract kunnen ook bepalingen staan over de inspectiefrequentie.
Een inspectiecertificaat voor een brandmeldinstallatie en een ontruimingsalarminstallatie is 1 of 3 jaar geldig, zie artikel 6.32 en artikel 6.33 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Een inspectiecertificaat voor een automatische brandblusinstallatie en een rookbeheersingsinstallatie is 1 jaar geldig, zie artikel 6.36 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Artikel 6.32. (brandmeldinstallatie), lid 3: Een inspectiecertificaat heeft een geldigheidsduur van drie jaar. Als op grond van artikel 3.115 doormelding is verplicht, is de geldigheidsduur een jaar.
Artikel 6.33. (ontruimingsalarminstallatie), lid 3: Een inspectiecertificaat heeft een geldigheidsduur van drie jaar. Als op grond van artikel 3.115 doormelding is verplicht, is de geldigheidsduur een jaar.
Artikel 6.36. (automatische brandblusinstallatie en rookbeheersingssysteem), lid 3: Een inspectiecertificaat heeft een geldigheidsduur van een jaar.
Mijn vraag staat er niet bij. Wat moet ik doen?

Neem contact op met de Infodesk van het CCV.